Wat is shiatsu?

Shiatsu komt uit het Japans en betekent letterlijk “vingerdruk” .

Het is een manuele therapie die bestaat uit het geven van druk ( voornamelijk met behulp van duimen, handpalmen,

en ellebogen), strekkingen en rotaties om de circulatie van de levensenergie in het lichaam te verbeteren en het zelfgenezend vermogen van het lichaam te versterken.

Net zoals bij acupunctuur, ligt de basis van Shiatsu in de eeuwenoude traditionele oosterse geneeskunde. Duizenden jaren geleden werkte men in het Oosten met acupunctuur, medicinale kruiden en een vorm van acupressuur om ziektes te voorkomen. Deze vorm van acupressuur werd in Japan verder verfijnd tot Shiatsu.

Shiatsu werkt voornamelijk op de Ki (of in het Chinees chi) die in ons lichaam aanwezig is. Voor het woord Ki bestaat er niet meteen een gelijkwaardig Westers begrip, de beste benadering wordt gegeven door de term “levensenergie”(de energie die we door ons lichaam voelen stromen wanneer we ons goed in ons vel voelen).

De traditionele oosterse geneeskunde , en dus ook Shiatsu, gaat uit van een holistisch principe, waarbij lichaam en geest één geheel vormen. Wanneer Ki gelijkmatig en onbelemmerd door ons lichaam kan stromen, voelen we ons goed, zowel op lichamelijk, mentaal als emotioneel vlak. Maar soms wordt de stroom van Ki verstoord door een ongeluk, een schok, een verlies of een onevenwicht. Op dat moment begint het lichaam allerlei “ziektesignalen” te geven: pijn, uitslag, vermoeidheid, emotionele schommelingen,…

Tijdens een Shiatsu-behandeling wordt er gezocht naar de onderliggende oorzaak van het onevenwicht in de levensenergie en wordt het zelfgenezend vermogen van het lichaam versterkt zodat lichaam en geest hun balans terugvinden.

Shiatsu werkt volgens de filosofie van yin en yang en de 5 elementen (aarde, metaal, water, hout en vuur).

Yin en yang vormen de absolute basis van de traditionele oosterse filosofie. Yin en yang zijn twee krachten die tegengesteld zijn, maar tegelijkertijd elkaar aanvullen en afhankelijk zijn van elkaar. Zonder yin bestaat er geen yang en omgekeerd. Ze roepen elkaar in het leven en houden elkaar in stand. Geen enkele verschijnsel is 100% yin of 100% yang, elk verschijnsel bestaat uit een samenspel van yin en yang en is voortdurend in beweging. Yin verandert in yang en yang verandert in yin.

 

Yin staat voor het vrouwelijke, koude, duisternis, langwerpig, hol,… . Yang staat op zijn beurt voor het mannelijke, warmte, licht, de centripetale kracht, vol, … .

 

De theorie van de vijf elementen of de vijf transformaties werd in de tiende eeuw door de Chinezen ontwikkeld. Ze ontwikkelden een stelsel waarin alle natuurverschijnselen werden gezien als één van de vijf transformaties van Ki (hout, vuur, aarde, metaal en water). In een oude Chinese tekst worden de vijf elementen als volgt beschreven: “Wat week maakt en afdaalt (Water) is zout, wat je kunt buigen en strekken (Hout) is zuur, wat oplaait (Vuur) is bitter, wat je kunt zaaien en oogsten (Aarde) is zoet en wat je kunt vormen en harden (Metaal) is scherp.”

 

De vijf elementen werden ook in verband gebracht met de seizoenen, kleuren, geluiden, smaken, graansoorten, voeding en allerlei andere verschijnselen. Hierdoor ontstond er een systeem van correlaties dat aangeeft hoe alles in de natuur met elkaar samenhangt.

 

Bovendien zag men ook een samenhang tussen de vijf elementen onderling. Het ene element (bv hout) geeft energie door aan het volgende element (vuur), deze cyclus noemt men de Sheng-cyclus of de voedende cyclus. Daarnaast bestaat er ook een controlerende cyclus (Co-cyclus) waarbij het ene element (bv hout) harmonie brengt in een ander element (aarde).